10 gouden trainingstips

Welke soort snelheidstraining je ook doet, zorg dat je volgende principes in acht neemt

1. Eet gezond en drink voldoende. En neem een bidon sportdrank mee om tijdens de training af en toe te drinken.

2. Doe een warming-up van minimaal 10 minuten en voer enkele versnellingen uit voor het begin van de snelheidssessie. En na afloop een cooling-down van minimaal 10 minuten, plus nadien enkele rekoefeningen.

3. Bereid u mentaal voor. Denk vooraf over de training en visualiseer de krachtige manier waarop u zich er doorheen zult slaan.

4. Laat op een snelheidstraining altijd minstens één rustige trainingsdag volgen. Anders stijgt het blessuregevaar. Eén snelheidstraining per week heeft een prima effect voor veel lopers.

5. Loop met trainingspartners die net zo snel of iets sneller zijn. Maar loop niet met een groep die duidelijk sneller is dan u.

6. Doe geen snelheidswerk wanneer u pijnlijke spieren hebt. Wacht tot u lichaam geheel pijnvrij is.

7. Zie af van de geplande snelheidstraining als het ineens te heet, te koud, te winderig of te nat is. Het kan helemaal geen kwaad om een dag of twee op beter weer te wachten.

8. Staak de training als u een slechte dag hebt hebt. U kunt de snelheidssessie beter voor gezien houden dan voortploeteren terwijl u vermoeid en ontmoedigd bent. Over een paar dagen haalt u de schade weer in.

9. Varieer uw snelheid. Doe niet alle snelheidstrainingen in hetzelfde tempo. Probeer een variatie van herhalingslopen (korte, midden- en lange afstanden) met diverse snelheden.

10. Piek niet in de training. Het is de bedoeling dat u zich voorbereidt op sneller lopen, niet dat u uw beste prestaties reserveert voor de training. Na een snelheidssessie moet u het gevoel hebben dat u sneller had kunnen lopen. En dat gaat u ook doen. In uw volgende wedstrijd.

De site voor de Diepenbeekse jogger